Straks weet je wat je collega verdient

Straks weet je wat je collega verdient. En dan?

Vanaf 2027 moet er meer openheid komen over salarissen. Het doel is duidelijk: gelijke beloning voor gelijk werk. Een mooie gedachte. Toch vraag ik me af of we het wel genoeg hebben over wat er daarna gebeurt.

Want stel dat je straks ontdekt dat je collega €400 per maand meer verdient dan jij. De eerste reactie is dan vaak geen nieuwsgierigheid, maar verbazing. Hoe kan dat? Je werkt net zo hard, je zit net zo lang bij het bedrijf en misschien help jij zelfs vaker collega's uit de brand. Toch staat er onderaan de loonstrook een ander bedrag.

Dat gesprek gaan we de komende jaren waarschijnlijk veel vaker voeren.

Maar er is ook een andere kant. Wat als jij degene bent die meer verdient? Wat als blijkt dat jij die €400 extra krijgt? Dan krijg je misschien vragen. Opgetrokken wenkbrauwen. Opmerkingen bij de koffieautomaat. Collega's die zich afvragen waarom jij meer waard zou zijn dan zij.

Dat maakt deze nieuwe wet interessant, want loontransparantie gaat uiteindelijk niet over het salaris. Het gaat over jouw waarde.

Veel mensen denken dat salarisonderhandelingen straks overbodig worden, omdat iedereen kan zien wat anderen verdienen. Volgens mij gebeurt het tegenovergestelde onderhandelen juist wordt belangrijker.

Jarenlang konden salarisverschillen ontstaan omdat de één beter onderhandelde dan de ander. De mondige werknemer kreeg meer, terwijl de bescheiden werknemer achterbleef. Dat wordt straks lastiger. Werkgevers zullen beter moeten uitleggen waarom verschillen bestaan en werknemers zullen beter moeten uitleggen waarom zij meer waard zijn.

Dat vind ik persoonlijk een gezonde ontwikkeling.

Want laten we eerlijk zijn: een werkgever betaalt geen salaris uit sympathie. Een werkgever betaalt voor de bijdrage die iemand levert, voor ervaring, voor verantwoordelijkheid, voor resultaten, voor kennis die lastig te vervangen is en voor problemen die iemand oplost. Dat zijn de gesprekken die straks belangrijker worden.

Tegelijkertijd zie ik nog iets anders gebeuren. Veel werknemers gedragen zich nog steeds alsof ze blij mogen zijn dat ze een baan hebben, terwijl de werkelijkheid vaak anders is. Werkgevers zijn nog steeds zuinig op goede mensen. Een goede medewerker vinden kost tijd. Een goede medewerker inwerken kost geld. Een goede medewerker vervangen kost vaak nog meer geld.

Daarom onderschatten veel werknemers hun eigen positie. Ze denken dat ze weinig ruimte hebben om te onderhandelen, terwijl werkgevers vaak veel meer willen doen om goede mensen te behouden dan werknemers denken. Ook in een arbeidsmarkt die minder krap wordt.

Loontransparantie verandert daar niets aan. Sterker nog, het kan werknemers juist helpen. Als straks zichtbaar wordt dat vergelijkbare functies tussen bijvoorbeeld €3.500 en €4.200 verdienen, ontstaat een veel eerlijker gesprek. Dan gaat het niet meer over gevoel, maar over feiten. Waarom zit jij aan de onderkant van die schaal? Waarom zit iemand anders aan de bovenkant? En wat moet je doen om daar zelf ook te komen?

Dat zijn vragen waar werknemers veel meer aan hebben dan een blik op de loonstrook van een collega.

Misschien is dat wel de grootste verandering die deze wet gaat brengen. Dat werknemers gedwongen worden om na te denken over hun eigen waarde en werkgevers om die waarde beter uit te leggen.

Want uiteindelijk gaat het niet om wie er meer verdient, je collega of jij, maar is de vraag: "Kan ik uitleggen waarom ik verdien wat ik verdien?"

En daar begint elk goed salarisgesprek. 

Dus als je straks ontdekt waar jij staat, gebruik die informatie dan niet om boos naar je collega te kijken, maar om sterker je eigen gesprek in te gaan.

Mei
2026

©Auteursrecht. Alle rechten voorbehouden.

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.